Hoe dik moet het ijs zijn om te kunnen schaatsen?

Leestijd 5 minuten

Hoe dik moet het zijn ijs zijn voordat het betrouwbaar genoeg is voor een stevige schaatstocht op natuurijs? Kun je de natuur een handje helpen bij het bevorderen van de ijsgroei? Klaas ten Napel (56) kent de antwoorden op dat soort vragen uit zijn hoofd. De timmerman uit Sint Jansklooster functioneert al twintig jaar als ijsmeester van de plaatselijke schaatsvereniging Ons Genoegen. Dezelfde functie heeft hij bij de Noordwesthoekrit en de Overijsselse Merentocht die een ijsvloer van tweehonderd kilometer nodig hebben. Als Ten Napel ook maar ergens op de weerkaarten vorst ziet, slaat de schaatskoorts onverbiddelijk bij hem toe.

Hoe ben je ijsmeester geworden?

“Als kind schaatste ik zodra het even kon, en als het eigenlijk nog niet kon zocht ik ondiepe stukken uit. Dan kwam je vaak met natte voeten thuis. Later schaatste ik op redelijk hoog niveau. Schaatsen is de mooiste wintersport die er bestaat: laat anderen maar op de lange latten in de Alpen staan, ik blijf liever hier. Als je dan ook nog interesse hebt in het weer, kijken mensen al snel naar jou als je in een bestuur komt...”

Wat doet een ijsmeester precies?

“In eerste instantie vooral het meten van de ijsdikte. Dat doe ik met een zelfgemaakte ijsmeter, die ik in de auto leg zodra de voorspellingen op vorst wijzen. Onze ijsclub beschikt over een zogenoemde Stamfibie: een quad die blijft drijven als ie door het ijs zakt. Daarmee verkennen we de route van onze schaatstocht. Bij betrouwbaar ijs maken we vervolgens met vier borstelmachines het parcours sneeuwvrij. Dat is veertig kilometer lang, een flink stuk dus. Bij flinke sneeuwval werken we zeker twee dagen aan een goede ijsvloer.”

Wanneer is natuurijs betrouwbaar?

“Voor een ijsbaan geldt een dikte van 8 centimeter. Soms openen we de baan bij 6 of 7 centimeter, maar normaal gesproken doen we dat alleen bij aanstaande dooi, zodat mensen toch nog even schaatsplezier hebben. Bij onze eigen Rond de Wiedentocht geldt 12 centimeter. Voor de Overijsselse Merentocht is 15 centimeter de norm. Logisch ook: we verwachten zeker vijftienduizend deelnemers en het ijs moet die massa wel dragen.” De Overijsselse Merentocht is 200 kilometer lang: hoe hou je over zo’n lengte de ijsdikte in de gaten? “Veertien ijsclubs werken samen bij deze tocht. Die hebben allemaal een ijsmeester. Tijdens vorstperiodes houden ze mij dagelijks op de hoogte van de ijsdiktes in hun gebied. Vergelijk dat maar met de rayonhoofden van de Elfstedentocht.”

“Bij perfecte omstandigheden en mooie, droge lucht krijg je zo’n mooie zwarte kleur. ‘Gezond ijs’, zeggen we dan''

Hoe bevorder je ijsgroei?

“Vooral door het snel wegvegen van sneeuw. Verder ben je grotendeels afhankelijk van het weer en de natuur. Sneeuw en harde wind zijn vaak spelbrekers. Met name op de grote meren waait ijs snel open door de wind. Ik heb wel eens ijs van tien centimeter gemeten, waarin een paar uur later toch wakken ontstonden. Verder moet de wind uit het noordoosten komen: die brengt dan kou mee uit Scandinavië en Rusland. Ook belangrijk: mensen moeten eerst van het ijs blijven. Ik weet als geen ander hoe het schaatsen trekt, maar je maakt veel kapot voor een langere periode.”

Wat is het mooiste ijs?

“Bij perfecte omstandigheden en mooie, droge lucht krijg je zo’n mooie zwarte kleur. ‘Gezond ijs’, zeggen we dan. Dat is zo sterk dat het moeiteloos een auto draagt. De dikste ijsvloer die ik ooit gemeten heb, is twintig centimeter. Daar kwam ik niet eens doorheen. Dan weet je wel hoe laat het is...”

Hoe gevaarlijk is schaatsen op (dun) natuurijs?

“Veel mensen onderschatten die gevaren. Wonderbaarlijk genoeg gaat het zelden echt fout, maar zeker op de grote meren is dun ijs heel riskant. Op een meer als de Beulakerwijde verandert de situatie, ook bij een dikke ijslaag, soms snel. Vaak slijt ijs van twee kanten: aan de onderkant door de stroming van het water, aan de bovenkant door wind en het gewicht van schaatsers. Dat is levensgevaarlijk. Op de Beulaker is de stroming soms zo sterk, dat je bijna kansloos bent als je door het ijs zakt. Schaatsers uit deze streek kennen die gevaren, mensen van buiten de regio niet.”

Hoe weet je dat je op veilig ijs schaatst?

“Volg het parcours van een tocht die een ijsclub uitzet. Dan weet je dat je op betrouwbaar ijs schaatst. Veel vrijwilligers houden het parcours de hele dag in de gaten en grijpen in bij gevaarlijke situaties. Schaats in ieder geval nooit voorbij afzetlinten en zoek niet zelf allerlei sloten en vaarten op. Die zijn onbetrouwbaar én je raakt er snel de weg kwijt.”

Schaatsen op natuurijs is al lang niet meer vanzelfsprekend. Word je niet wanhopig van die zachte winters?

“Toen ik in 1996 ijsmeester werd, schreven we twee jaar achter elkaar tochten uit. Daarna tien jaar niet. Dit soort periodes komen vaker voor dus. Vorstperiodes zijn wél steeds heftiger én korter. Ook ligt de vorstgrens vaak niet meer over het hele land. Een paar jaar terug was ik de avond voor onze tocht in Leeuwarden: het dooide daar en de druppels vielen van het dak. ‘Als dat maar goed gaat…’, dacht ik. Toen ik terugreed, bleef de temperatuur maar dalen. In Sint Jansklooster gaf de meter -8 graden aan. Alle omstandigheden moeten meezitten, maar ik ben ervan overtuigd dat de strenge winters terugkeren.”

Zet je na zo’n lange schaatsperiode het sein eerder op groen?

“Absoluut niet. Bij een tocht staan snel tienduizend mensen op het ijs en dan tel ik alle ‘zwartrijders’ nog niet eens mee. Het is simpel: voor hun veiligheid zijn wij verantwoordelijk. Ik moet er niet aan denken dat er serieuze ongelukken gebeuren. Schaatsen op natuurijs is het mooiste wat er is en we verlangen allemaal naar die prachtige sfeer. Maar als het niet kan, dan kan het niet.”

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

  1. Koning van de schaatstochten in Weerribben-Wieden: de Overijsselse Merentocht

  2. Schaatsen op het natuurijs van Giethoorn en Weerribben-Wieden

  3. Zo geniet je optimaal van schaatsen

  4. Waar moet ik aan denken als ik ga schaatsen in Weerribben-Wieden?

Tip je vrienden

twitter facebook