Oorsprong stadsnaam Steenwijk ligt voor het oprapen

Leestijd 4 minuten

Hoe Steenwijk aan zijn naam komt? Steenvoudig, zouden we bijna zeggen. De omgeving van de Vestingstad lag bezaaid met stenen. Zoveel zelfs dat ‘stenen rapen’ in vroeger eeuwen een belangrijke straf was. Sneed je de vinger van iemand af dan moest je zevenduizend keien sjouwen. Trok je een mes waarmee je een neus verwondde, dan kwam je er met duizend stenen minder vanaf. Het gezegde ‘wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’ krijgt in Steenwijk een heel andere betekenis. De stad profiteerde lang van de natuurlijke materialen in de omgeving.

Steenboete

Die ‘steenboete’ had niet alleen een opvoedkundig doel. Stenen uit Steenwijk waren eeuwenlang een begrip in Nederland. Overal in het land liggen ze op straat. Na verwoestingen of branden kwamen ze goed van pas bij de wederopbouw. De zware keien waren ook goed materiaal voor het versterken van stadswallen en veel dijken in het westen van het land bevatten ook Steenwijker stenen. Gestrafte Steenwijkers kregen dus geen nutteloze taakstraf opgelegd. De geraapte stenen en keien werden verzameld bij het Steenwijkerdiep en vanaf daar volgde transport per schip naar andere regio’s in Nederland. De mooie stenen in Delft komen bijvoorbeeld ook uit Steenwijk.

Stadsrechten

Door een grote stadsbrand is veel van de vroege geschiedenis van Steenwijk verloren gegaan. Daardoor is er weinig bekend over de stad in de eerste helft van de jaartelling. De naam komt in de 12e eeuw in ieder geval voor in een akte. Stadsrechten krijgt Steenwijk in 1327 van de bisschop van Utrecht. Dat het gemeentebestuur de steenboetes oplegt is ook een soort van belastingontduiking. Normaal gesproken legde in die tijd de bisschop namelijk de straffen op. Omdat Steenwijk dat zelf deed, hoefden ze geen belasting af te dragen.

Voorlaatste ijstijd

Dat Steenwijk zo rijkelijk bedeeld was met stenen en keien in alle soorten en maten, dankt de stad aan de voorlaatste ijstijd van 100.000 tot 200.000 jaar terug. In dit ‘Saalien’ zorgde de extreme kou voor een dik pak landijs vanaf de Noordpool tot aan onder meer de regio Steenwijk en Vollenhove. Deze voortschuivende ijslaag nam grote hoeveelheden stenen mee, waarvan een deel onderweg werd verguisd en als keileem werd afgezet.

Drents Plateau

Dat zorgde voor ophogingen in het landschap, zoals bijvoorbeeld het Drents Plateau waarvan stuwwallen de zuidelijke randen vormen. De hoogteverschillen zijn onder andere door erosie lang niet meer zo opvallend als in die tijd. Maar bij Steenwijk is het nog goed zichtbaar in het landschap, met de Woldberg en de Havelterberg als beste voorbeelden. Aan de zuidkant van de Woldberg ligt Geologisch Monument Wolterholten. Daar zijn 143 zwerfstenen te zien van allerlei formaten en van verschillende komaf. Ook staat er een geologische wand met het bodemprofiel dat voor deze plek karakteristiek is. Op verschillende stenen zijn gletsjerkrassen zichtbaar.

Landgoed De Eese

Ook een paar kilometer verderop bij Landgoed de Eese liggen veel zwerfkeien. Bovendien zijn op de heide en in de bossen meerdere grafheuvels zichtbaar. Die laten zien dat deze regio al sinds mensenheugenis bewoond is. Ook het hunebed op de Havelterberg, het tweede grootste van Nederland, bewijst dat. Interessant voor een bezoek is de kleine expositie van de Werkgroep Archeologie in Tuk’s Theehuis bij de Woldberg.

Nog een hoogtepunt

De huidige gemeente Steenwijkerland kent naast de verhogingen bij Steenwijk nog een ‘hoog land’. Dat ligt aan de andere kant van de gemeente tussen Sint Jansklooster en Vollenhove. Ook daar is het landschap glooiend, hoewel minder opvallend dan bijvoorbeeld de Woldberg. Tussen beide ‘hoogtepunten’ ligt een letterlijk dieptepunt dat het figuurlijk bepaald niet is. Dit zijn de prachtige moerasgebieden Wieden en Weerribben. Bij Heetveld op het Hoge Land van Vollenhove ligt ook een geologisch monument. Deze voormalige zandgroeve De Zandkoele toont een groot aantal zwerfkeien en lagen van verschillende geologische perioden van de laatste pakweg 150.000 jaar.

Het lage land

Dat lage land heeft een compleet ander landschap dan de hogere kant van Steenwijk. Met de komst van het Holoceen warmde het klimaat op. Dit is de geologische periode die tienduizend jaar geleden begon en waarin we nog steeds zitten. Omdat het klimaat ook vochtiger werd, ontstond er een weelderige plantengroei die uiteindelijk een flinke veenlaag opleverde. Die laag kon op sommige plekken wel vier meter dik zijn. Toen veel later ontdekt werd dat dit een prima brandstof opleverde, gingen turfstekers massaal in het gebied aan de slag. Ze gingen zover door met de ontginningen, dat het water uiteindelijk vrij spel kreeg. Dat leverde de grote meren bij Giethoorn op.

Smeltwater

Ook het smeltwater uit de voorlaatste ijstijd zorgde veel eerder overigens al voor water in de streek. De Steenwijker Aa is daarvan een voorbeeld. Deze kleine rivier liep vroeger door de Vestingstad. Nadat de Steenwijker Aa gekanaliseerd werd en de naam veranderde in het Steenwijker Diep, nam het belang van het water toe. Steenwijk was vanaf dat moment veel beter bereikbaar voor de scheepvaart.

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

  1. Kom vogels spotten in Weerribben-Wieden!

  2. Natuur

    De mooiste wandelregio van Nederland

    Erik
  3. De ophanging van Fledderus

  4. Dakdekkers werken altijd in het zicht

    Erik

Tip je vrienden

twitter facebook